LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
 

Home 
Vereniging 
Fokbegeleidingscommissie 
Evenementencommissie 
Bibliotheek 
Nieuws 
Columns 
FAQs 
Links 
Kennels 
Trefwoordenregister 
Aanmelden als lid 
Contact 

De gelijkenis tussen baas en hond
.
Er is een theorie die stelt dat veel hondenbezitters op hun hond lijken. Deze theorie kan psychologisch worden onderbouwd, want de mens neemt selectief waar en kiest vaak de eigenschappen in een hond die hem het meest aanspreken. Niets menselijks is de hond vreemd en onze ijdelheid zorgt ervoor dat wij - bewust of onderbewust - een hond kiezen naar ons evenbeeld. 
Een voorbeeld: jaren geleden werd ik uitgenodigd een ledenvergadering van een Bulldog vereniging bij te wonen. Ik zou worden opgevangen in het restaurant van een groot congrescentrum in het midden des lands. Bij aankomst aldaar had ik geen enkele moeite om de Bulldog liefhebbers te vinden - hun uiterlijke overeenkomst met het ras sprak boekdelen. 
Een ander voorbeeld: een zoontje van pupkopers van mij zei eens dat ik sprekend op een Labrador leek. Ik vroeg waarom en hij antwoordde: "Jij hebt ook van die hangwangen." (Ik heb zijn ouders geadviseerd het kind te laten herplaatsen.) 
. 
Het spectrum van de kynologie is zo breed als de wereld zelf. We kennen intelligente rassen en minder intelligente rassen. We kennen felle rassen en gemoedelijke rassen. Vaak zien we die eigenschappen terug in de eigenaren van de honden. Als Labrador fokker heb ik met genoegen mogen vaststellen dat het gros van mijn pupkopers bestond uit intelligente, gemoedelijke mensen, geheel in overeenkomst met de eigenschappen van het ras.  
. 
Van democratie echter heeft de hond geen kaas gegeten. Geen hond is in de hiërarchie van de hondenwereld gelijk. Of hij is hoger in rang dan de andere hond, of hij is lager in rang. Wil je je hond de baas blijven, dan zal je je leiderschap moeten bewijzen, en sommige hondenbezitters is die dominante eigenschap op het lijf geschreven. De meeste hondenbezitters zijn heel goed in staat om hun dominantie te beperken tot de omgang met honden, maar sommige kynologen gaan zo op in hun hobby dat de dominantie een tweede natuur is geworden. Je kunt dat heel goed waarnemen in de Algemene Ledenvergaderingen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Daar vind je kynologische bestuurders die al tientallen jaren de touwtjes strak in handen hebben, terriërs, dobermanns en herders, en er niet over prakkizeren om hun macht uit handen te geven. 
. 
Met veel genoegen heb ik zo'n vijftien jaar geleden het boek "De intelligentie van honden" van Stanley Coren vertaald en bewerkt voor het Nederlandse taalgebied. Daarin is een lijst opgenomen met een rangschikking van hondenrassen naar hun praktische intelligentie. De Working Sheepdog staat op nummer 1, de Afghaanse Windhond op nummer 79. (De Labrador staat op nummer 7.) Een deskundige schrijft: "De hond die het best luistert is een domme Golden Retriever. Zelfs een domme Golden is nog slim genoeg om te begrijpen wat er van hem wordt verlangd en hij wil het je zo graag naar de zin maken dat hij alles doet wat er van hem wordt gevraagd." (Uiteraard is deze uitspraak ook van toepassing op de Labrador.) 
. 
Als Labrador liefhebbers stellen wij prijs op de eigenschappen sociaal en intelligent. Andere hondenliefhebbers voelen zich meer aangesproken door de eigenschappen moedig en waaks. Al die eigenschappen vindt men terug in de kynologie, bij kynologische bestuurders. Dat maakt de kynologie in sociologisch opzicht zo veelomvattend en interessant. Maar tegelijkertijd is het ook een ontzettend moeilijke materie, want in de strijd om (meer) democratie in de kynologie hebben wij niet slechts te maken met sociale en intelligente kynologische bestuurders en hondenbezitters, maar ook met minder sociale en minder intelligente kynologische bestuurders en hondenbezitters. Een recent voorbeeld daarvan is Herman Bösing van de KC Almelo, die de rasspecifieke fokreglementen van de bestaande rasverenigingen wil opleggen aan de nieuwe rasverenigingen (zie Kynologie op de Korrel). Ware het zo dat Bösing de enige kynologische bestuurder met beperkte intelligente eigenschappen was, of zelfs behoorde tot een kleine minderheid van kynologische bestuurders met beperkte intelligente eigenschappen, dan was er geen vuiltje aan de lucht. Een verontrustend feit is echter dat een substantieel deel van de georganiseerde kynologie bestaat uit voornoemde categorie. In de hondenwereld zou zo'n conflict zo opgelost zijn, maar in de mensenwereld, waar democratische principes gelden, is dat minder eenvoudig. In eerdere artikelen (van zo'n zes jaar geleden) heb ik al aangetoond hoe gemakkelijk het begrip democratie kan worden verward met iets wat het best kan worden omschreven als "de dictatuur van de meerderheid". U en ik begrijpen het wezenlijke verschil tussen die twee begrippen, maar Bösing en de zijnen snappen er nog steeds geen hout van, en met hen hebben wij te maken in de vereniging Raad van Beheer. 
. 
Met dit feit in het achterhoofd wens ik het bestuur van de Raad van Beheer voor het komend jaar veel sterkte en wijsheid toe.                
 
Jaap van der Wijk 
.
(N.B.: Columns worden geplaatst onder verantwoordelijkheid van de columnist. Het feit dat het bestuur van de LRCN zijn columnist(en) steunt, hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat het bestuur de inhoud van elke column ondersteunt.) 
.